De oorlog in Iran heeft de internationale energiemarkten op scherp gezet. Hoewel de gasprijzen met 51% zijn gestegen, merken de meeste Nederlandse huishoudens daar op dit moment nog weinig van in hun maandelijkse termijnbedrag. Toch waarschuwen economen: de echte klap voor de koopkracht komt met een kwartaal vertraging. Voor de woonbranche betekent dit dat de consument nu nog besteedbaar inkomen heeft, maar dat de hand op de knip in de nabije toekomst dreigt.
© Baoshengrulai | Dreamstime.com | Dreamstime
Uit een grootschalige analyse van geanonimiseerde transactiedata van meer dan één miljoen huishoudens blijkt een opvallend patroon. Terwijl de brandstofprijzen aan de pomp vrijwel direct na het uitbreken van het conflict omhoogschoten, blijft de mediane energierekening vooralsnog stabiel op circa € 161,- per maand.
De vertragende factor
Dat de consument nog niet massaal in de financiële problemen komt, heeft een duidelijke reden: het contracttype. In maart van dit jaar had 54% van de huishoudens nog een lopend vast energiecontract. Zij zijn voorlopig beschermd tegen de grillen van de wereldmarkt.
Toch is dit een schijnveiligheid voor de retail. Voor huishoudens die nú een nieuw contract moeten afsluiten, is de situatie grimmig: zij betalen voor gas gemiddeld 27% meer dan slechts een maand geleden. "De komende maanden zullen de energiebetalingen blijven toenemen, vergelijkbaar met de crisis in 2022," zo luidt de analyse. Destijds duurde het ongeveer een kwartaal voordat de hogere marktprijzen volledig waren doorgesijpeld in de portemonnee van de gemiddelde Nederlander.
Directe impact bij de pomp
Waar de woonbranche wél direct de effecten van merkt, is het gedrag aan de pomp. De mediane brandstofuitgaven per huishouden zijn in maart gestegen naar € 155,-. Dat is € 30,- meer dan in februari. Hoewel de consument minder is gaan rijden om de kosten te drukken, verdwijnt dit geld direct uit het budget dat anders wellicht aan nieuwe raamdecoratie, meubels of vloeren besteed zou worden.
Wat betekent dit voor de woonondernemer?
Voor ondernemers in de woninginrichting is de boodschap tweeledig. Aan de ene kant is er nu nog een groep consumenten met een relatief stabiel besteedbaar inkomen (de groep met vaste contracten). Aan de andere kant hangt er een donkere wolk boven het najaar van 2026.
Zodra de mediane energiebetalingen over een paar maanden gaan stijgen - en de verwachting is dat dit sneller zal gaan dan in 2021 omdat er minder vaste contracten zijn - zal de prioriteit van de consument verschuiven van 'verfraaien' naar 'besparen'.
Vinger aan de pols
De economen blijven de data de komende tijd nauwgezet volgen, met name voor de kwetsbare huishoudens die een groot deel van hun inkomen kwijt zijn aan energielasten. Voor de woonsector is het advies: profiteer van de huidige orders, maar houd rekening met een voorzichtiger consumentengedrag zodra de 'energierekening-vertraging' is uitgewerkt.
Bron: Macro-economische analyse o.b.v. transactiedata (mei 2026)