Moeten we statiegeld op meubels invoeren om de circulaire economie echt van de grond te krijgen? Als het aan Maron van der Krieken, Country Sustainability Manager bij IKEA NL, ligt, is de oplossing dichterbij dan men denkt. Hoewel de vraag naar tweedehands meubilair groot is, blijft het volume aan retourstromen de grootste barrière. Een LinkedIn-post van Van der Krieken ontketende een storm aan reacties van professionals uit de branche: van enthousiaste steunbetuigingen tot kritische kanttekeningen over logistiek en productkwaliteit.
© Maron van der Krieken
"We hebben als IKEA geen enkel probleem om onze tweedehands producten te verkopen, maar wél om er voldoende volume van binnen te krijgen", stelt Van der Krieken vast. De oplossing die zij aandraagt, is het herbranden van de bestaande 'Terugkoopservice' naar een begrip dat iedere Nederlander begrijpt: statiegeld. Momenteel krijgen klanten bij IKEA al 20% tot 40% van de nieuwwaarde terug als zij meubels inleveren, maar de bekendheid van deze regeling blijft achter.
'Gedoe' en vervoer
In de reacties op het voorstel klinkt een duidelijk pijnpunt door: de logistiek. Marjolein Benistant (energie-voorlichter) merkt op dat het wegbrengen van meubels naar een IKEA-vestiging voor velen een te hoge drempel is. "Je moet een vervoermiddel hebben waarin het past en de relatief lage prijs maakt de drempel hoog. Marktplaats is dan vaak makkelijker, omdat het product thuis wordt opgehaald."
Van der Krieken erkent dit probleem en onthult dat IKEA momenteel experimenteert met oplossingen: "We zitten in de laatste week van een ophaalservice-pilot in Utrecht. Er is enorm veel interesse in ophalen, maar consumenten zijn beperkt bereid ervoor te betalen, terwijl er natuurlijk wel kosten aan verbonden zijn." Interieurontwerper Simone van Es is kort maar krachtig: "Ophaalservice erbij en klaar ben je."
Inruilwaarde of verwijderingsbijdrage?
Niet iedereen is ervan overtuigd dat het woord 'statiegeld' de juiste lading dekt. Marijke Dekker (duurzaamheidsadviseur) suggereert dat 'inruilwaarde' wellicht beter werkt, al merkt Van der Krieken op dat die term in het verleden juist voor verwarring zorgde met reguliere retouren. Lara van der Veen vult aan dat de terminologie op prijskaartjes cruciaal is: "Bij statiegeld betaal je normaal gesproken bovenop de prijs. Je zou beter kunnen spreken van een gegarandeerde retourwaarde."
Een meer dwingende oplossing komt van Angelique van Damme (werkzaam bij de gemeente Etten-Leur), die pleit voor een 'verwijderingsbijdrage' zoals bij witgoed. "Daarmee worden goedkope producten van lage kwaliteit relatief duurder en wordt hergebruik financieel interessanter." Van der Krieken plaatst hier een kanttekening bij: "Ik ben het niet eens met de aanname dat goedkoop altijd slechte kwaliteit is. De uitdaging is juist om producenten die het beter doen financieel te belonen."
De 'meubeljager' en de strijd met de sticker
Een fascinerend toekomstbeeld is dat van de 'meubeljager'. Als een kastje op straat een tastbare statiegeldwaarde vertegenwoordigt, wordt het voor derden interessant om deze te verzamelen en in te leveren. Christian Seidl (sustainability consultant) stelt voor om dit te integreren met de routeplanning van bezorgdiensten: "Dezelfde vrachtwagen die een nieuw meubel levert, kan de oude direct meenemen."
Toch zijn er juridische hobbels. Stéphanie van der Werf (jurist) liep er onlangs tegenaan dat IKEA alleen producten terugneemt met de originele productsticker. Van der Krieken legt uit dat dit geen onwil is, maar bittere noodzaak door de Europese General Product Safety Regulation: "Die sticker is essentieel voor traceability in geval van productiefouten. We vinden het zelf ook balen, maar we moeten compliant blijven."
Duurzaamheid of consumptiedrang?
Onder de professionals klinkt ook een fundamentelere kritiek. Willemijn Heideman en Rik Ruigrok (Circulair houtmaker) benadrukken dat échte duurzaamheid begint bij het maken van producten die simpelweg niet vervangen hoeven te worden. "Stop met elke twee jaar je huis restylen en koop kwalitatief hoogwaardige meubels", aldus Heideman. De vrees bestaat dat een statiegeldsysteem de 'wegwerpcultuur' juist legitimeert als consumenten denken: "Ik breng het over een jaar toch weer terug."
Kwestie van psychologie
De discussie laat zien dat de meubelsector op een kantelpunt staat. Of het nu 'statiegeld', 'terugkoopwaarde' of 'inruilservice' heet: de sector snakt naar systemen die hergebruik even makkelijk maken als weggooien. De marge-regeling (waarbij BTW alleen over de winst op tweedehands producten wordt betaald) biedt volgens Van der Krieken al een aanzienlijk financieel voordeel, waardoor de BTW op tweedehands items vaak zakt van 21% naar zo'n 6%.
De bal ligt nu bij de consument én de logistieke innovatie. Want zoals Anouk Arts (sustainability bij Dayes) concludeert: "Statiegeld maakt de waarde van het terugbrengen tastbaar. Als dat in de hele customer journey zichtbaar wordt, wordt het een gamechanger."
Bron: LinkedIn / Maron van der Krieken (IKEA NL)