De extreme hectiek op de woningmarkt lijkt begin 2026 eindelijk wat af te nemen. Volgens de nieuwste kwartaalcijfers van de NVM ontstaat er meer balans door een stijgend woningaanbod en afvlakkende prijzen.
© NVM
In het eerste kwartaal van 2026 kwam de gemiddelde verkoopprijs van een bestaande woning uit op €485.000. Dat is een daling van 2,7% ten opzichte van het vorige kwartaal. Hoewel een prijsdaling in de eerste maanden van het jaar gebruikelijk is, is deze dit keer forser dan de gemiddelde 1,2% die de afgelopen vijf jaar werd genoteerd.
Meer keuze, minder stress
Lana Goutsmits-Gerssen, voorzitter NVM Wonen, ziet dat de markt geleidelijk normaliseert. "Door het grotere aanbod krijgen kopers meer keuze en meer tijd om een beslissing te nemen. De hectiek van de afgelopen jaren neemt af," aldus de voorzitter. Dit vertaalt zich direct naar de praktijk: het aantal bezichtigingen per woning daalt en de gemiddelde verkooptijd is opgelopen naar 32 dagen.
Voor interieurprofessionals en woonwinkels is de verschuiving in populariteit relevant:
- Energiezuinig wint: Woningen met een gunstig energielabel en 'instapklare' huizen blijven onverminderd populair.
- Labels bepalen de vaart: Woningen met een minder gunstig energielabel of een hogere prijsklasse blijven langer in de markt staan, wat vaak resulteert in meer onderhandelingsruimte voor de koper.
Bestaande bouw: 27% minder transacties
Het aantal verkopen in de bestaande bouw daalde dit kwartaal met 27% naar circa 34.600 woningen. Naast seizoensinvloeden (zoals winterweer dat fotografie en bezichtigingen bemoeilijkte) spelen de licht gestegen hypotheekrente en een dalend consumentenvertrouwen een rol. Kopers zijn afwachtend en nemen minder risico's. Toch is er geen sprake van een 'koude' markt: twee derde van de woningen wordt nog steeds boven de vraagprijs verkocht, al is de marge kleiner geworden (gemiddeld 3,7% boven de vraagprijs).
Nieuwbouw: Recordaanbod, maar verkoop hapert
In de nieuwbouwsector is een opvallende trend zichtbaar. Waar voorheen een tekort aan aanbod het grootste probleem was, verschuift de knelpuntdiagnose nu naar de vraagzijde. Hoewel het aanbod met 18.200 woningen op het hoogste niveau sinds 2016 ligt, liep de verkoop terug naar 5.600 woningen.
Kopers haken vaker af door:
- Lange doorlooptijden: De periode tussen aankoop en oplevering blijft groot.
- Hoge lasten: Hoge overbruggingskosten en stevige koopsommen schrikken af.
- 'Krimpflatie': De gemiddelde koopsom blijft stabiel op €488.000, maar de prijs per vierkante meter stijgt. Woningen worden kleiner om ze 'betaalbaar' te houden, waardoor kopers letterlijk minder ruimte krijgen voor hun geld.
De toename van het woningaanbod (ruim 20% hoger dan een jaar geleden) en de langere verkooptijd zorgen voor een markt waarin de koper meer regie heeft. De focus op energiezuinigheid en 'instapklaar' wonen biedt kansen voor de afbouw- en inrichtingssector, aangezien kopers hun budget steeds vaker reserveren voor woningen die direct comfort bieden. De 'krimpflatie' bij nieuwbouw vraagt bovendien om slimme, ruimtebesparende interieuroplossingen, aangezien het aantal vierkante meters in nieuwe projecten onder druk staat.
Bron: NVM