Terwijl in vijftien jaar tijd een kwart van de Nederlandse woonwinkels de deuren sloot, verdubbelde het aantal zelfstandige interieurontwerpers. Geen toeval, maar een fundamentele verschuiving in de branche: de macht verplaatst zich van de showroom naar de ontwerper. Dat blijkt uit een recente analyse van De Interieur Club.
© Visivasnc | Dreamstime.com | Dreamstime
Uit data van de KVK en het CBS blijkt dat de categorie interieur- en ruimtelijk ontwerp eind 2025 ruim 11.500 ingeschreven bedrijven telde. Dat is een groei van maar liefst 96 procent ten opzichte van 2013. Waar de consument vroeger zelf de meubelboulevard afstruinde, wordt de productkeuze nu steeds vaker overgedragen aan de professional. Voor fabrikanten en groothandels betekent dit dat de focus moet verschuiven van de 'passant' naar de 'voorschrijver'.
Inkoopkracht
De impact van de interieurontwerper op de omzet is fors. Onderzoek van ThinkLab toont aan dat een gemiddelde ontwerper verantwoordelijk is voor aankopen die 40 keer hoger liggen dan wat een consument zelfstandig besteedt. Bij grote designbureaus loopt dit zelfs op tot een factor 140. De ontwerper fungeert als een filter: wie de professional overtuigt van zijn vloer, verlichting of bank, bereikt direct de eindklant met een substantieel budget. Wie de ontwerper negeert, blijft aangewezen op de krimpende groep consumenten die nog volledig zelfstandig het interieur samenstelt.
Sanering in de retail
De cijfers aan de kant van de woonwinkels zijn een spiegelbeeld van deze groei. Op het hoogtepunt in 2010 telde Nederland nog bijna 11.500 woonwinkelvestigingen; begin 2025 waren dat er nog slechts 8.567. Recente faillissementen van gevestigde namen zoals Carpetright, FonQ en Leen Bakker België onderstrepen de kwetsbaarheid van het traditionele model.
Hoewel de fysieke winkel nog altijd goed is voor circa 85 procent van de meubelomzet, is de oriëntatiefase volledig gedigitaliseerd. Met 4,2 miljoen Nederlandse Pinterest-gebruikers en een online aandeel in Home & Living-bestedingen dat in één jaar tijd sprong van 24 naar 36 procent, is de 'middelmatige' winkel steeds minder relevant. De consument komt de showroom binnen met een mening die online al gevormd is, vaak onder begeleiding van een digitale professional.
De showroom als 'gallery' en partner
Woonbedrijven die overleven, kiezen volgens de analyse voor een scherpe koers. Enerzijds zijn er merken zoals Restoration Hardware die winkels ombouwen tot belevingswerelden ('galleries') inclusief hospitality. Anderzijds zien we groothandels en inkoopcentra die hun pijlen volledig richten op de zakelijke interieurprofessional met 'trade-only' evenementen en exclusieve toegang.
De conclusie is helder: de woonwinkel is niet dood, maar de rol van de showroom verandert. De succesvolle showroom van morgen is geen verkooppunt voor de massa, maar een verlengstuk van de studio van de interieurontwerper. Voor fabrikanten is de strategische vraag niet langer hoe ze de consument bereiken, maar hoe ze de professional serieus nemen als de cruciale partner die hij inmiddels is.
Bron: De Interieur Club