De oorlog in het Midden-Oosten leidt tot een forse stijging van olie- en gasprijzen, met directe gevolgen voor de Nederlandse economie. Op 19 maart bedroeg de olieprijs ruim 100 dollar per vat en de gasprijs boven de 60 euro per megawattuur, een stijging van circa 45% respectievelijk 100% sinds eind februari. Verstoringen van productie-infrastructuur en blokkades van de Straat van Hormuz zijn de belangrijkste oorzaken.
© Rokas Tenys | Dreamstime
Volgens berekeningen van De Nederlandsche Bank (DNB) kunnen de gevolgen voor groei en inflatie variëren afhankelijk van de duur en intensiteit van het conflict. In een gematigd scenario dalen de groeicijfers nauwelijks, terwijl de inflatie in 2026 en 2027 met ongeveer een half procentpunt stijgt. In een ongunstig scenario, met aanhoudend hogere energieprijzen, valt de economische groei dit jaar een half procentpunt lager uit en neemt de inflatie met circa één procentpunt toe.
Het zwaarste scenario, waarin de energieprijzen langdurig zeer hoog blijven door verdere escalatie en schade aan de infrastructuur, kan de groei in 2026 en 2027 met 0,8 procentpunt drukken. De inflatie loopt op tot 1,6 procentpunt in 2026 en 2,8 procentpunt in 2027. Hogere energiekosten verminderen het besteedbaar inkomen, drukken de consumptie en remmen investeringen, vooral bij energie-intensieve bedrijven.
De effecten verschillen per huishouden. Lagere inkomens worden relatief sterker getroffen, aangezien een groter deel van hun budget naar energie gaat. Het gemiddelde aandeel van energiekosten in het inkomen (energiequote) blijft echter onder het niveau van de energiecrisis van 2022, met iets minder dan 4% in het gematigde scenario en bijna 5% in het zwaarste scenario.
Bron: DNB