In de afgelopen jaren is de energierekening zwaarder op lage inkomens gaan wegen, terwijl er als percentage van het inkomen minder aan brandstof uitgegeven werd, laten ING-transactiedata zien. Per saldo zijn de totale uitgaven aan energie en brandstof als percentage van het inkomen voor de laagste inkomensgroepen gestegen, terwijl ze voor hogere inkomensgroepen juist daalden.
© Tatyana Gladskikh | Dreamstime
Nu de oorlog in het Midden-Oosten de energieprijzen opnieuw opstuwt, speelt de vraag weer op of huishoudens gecompenseerd moeten worden. Tijdens de energiecrisis van 2021–2022 compenseerde de overheid zeer ruim, met onder meer een energietoeslag van €1.300 voor lage inkomens, accijns- en belastingverlagingen en een prijsplafond. Daar schreven wij eerder ook over. Dat dempte de economische schok, maar zorgde ook voor extra druk op de overheidsbegroting en droeg bij aan een langere periode van hoge inflatie.
Nu nieuwe grote prijsstijgingen op de olie- en gasmarkt zich aandienen, kijken wij in dit artikel naar geanonimiseerde transactiedata om een indruk te krijgen van de mate waarin verschillende inkomensgroepen last hebben van hogere energieprijzen.
Hogere inkomens geven meer uit aan brandstof
We zien dat hogere inkomens meer dan twee keer zoveel euro's uitgeven aan brandstof dan lagere inkomens doen. Dat komt vooral doordat een veel hoger percentage mensen van de hogere inkomensgroepen frequent tankt (37% in het laagste deciel en 69% in het hoogste). Veel mensen in lagere inkomensgroepen hebben geen auto. En wie wel een auto heeft, heeft vaak een kleinere auto en rekent naar verhouding dus minder af (bij de 10% laagste inkomens waren de brandstofkosten in 2025 naar schatting gemiddeld iets onder de 1000 euro en bij hoogste inkomens iets meer dan 2000 euro). Dat drukt ook het percentage van het inkomen dat mensen in lagere inkomensgroepen gemiddeld aan brandstof besteden. Daardoor is het verschil in het percentage dat de verschillende inkomensgroepen aan brandstof besteden niet erg groot. Dat betekent ook dat lagere brandstofaccijnzen in grote mate toekomen aan mensen in hogere inkomensgroepen.
© ING
Frequent tankende mensen met een laag inkomen merken de hogere prijzen sterk
Het lage percentage autobezitters drukt dus de gemiddelde uitgaven aan brandstof voor lagere inkomensgroepen, maar dat betekent niet dat de pijn van hogere brandstofprijzen in deze groep niet gevoeld wordt. Onder frequente tankers – mensen die het afgelopen jaar tenminste in 11 van de 12 maanden tankten – zien we veel hogere percentages van het besteedbaar inkomen dat aan brandstof opgaat. De laagste 10% aan inkomens besteden 5,7% van hun inkomen aan de pomp. Dat is wel gedaald in de afgelopen jaren, in grote mate dankzij de lagere benzineprijs in 2025 en de hogere lonen. Brandstof is dus relatief steeds minder op het inkomen gaan drukken.
© ING
Tankstations merken de hogere prijzen al, maar is het effect langdurig?
Het lage percentage autobezitters drukt dus de gemiddelde uitgaven aan brandstof voor lagere inkomensgroepen, maar dat betekent niet dat de pijn van hogere brandstofprijzen in deze groep niet gevoeld wordt. Onder frequente tankers – mensen die het afgelopen jaar tenminste in 11 van de 12 maanden tankten – zien we veel hogere percentages van het besteedbaar inkomen dat aan brandstof opgaat. De laagste 10% aan inkomens besteden 5,7% van hun inkomen aan de pomp. Dat is wel gedaald in de afgelopen jaren, in grote mate dankzij de lagere benzineprijs in 2025 en de hogere lonen. Brandstof is dus relatief steeds minder op het inkomen gaan drukken.
© ING
De energierekening is steeds belangrijker voor lage inkomens
Naast brandstofprijzen stijgen ook de gasprijzen, wat huishoudens in eerste instantie raakt via de energierekening. De huidige marktprijs van 55 euro per megawatt uur – op het moment van schrijven - komt nog niet in de buurt van de piek in 2022 die ver boven de 300 euro lag, maar zorgt bijvoorbeeld wel al voor aanpassingen in het productaanbod onder energieleveranciers.
Voor de energierekening zijn lagere inkomensgroepen naar verhouding flink meer kwijt dan hogere, zoals hieronder te zien. Dat komt doordat vaste lasten een hoger gedeelte van hun inkomen uitmaken. Volgens TNO en CBS komt energiearmoede vaker voor bij mensen in corporatiewoningen en die van een uitkering leven (ook gepensioneerden, maar die hebben wij in onze cijfers niet meegenomen).
Bij de energierekening zien we het omgekeerde van de brandstofrekening gebeuren. Voor de lagere inkomens is de energierekening van 2022 tot en met 2025 hoger geworden als percentage van het inkomen, terwijl deze relatief afnam voor hogere inkomensgroepen. Zo zijn er steunmaatregelen weggevallen waar lagere inkomens van profiteerden. Daarnaast namen absolute energiebetalingen ook minder sterk toe voor hogere inkomensgroepen, wat kan duiden op het profiteren van verduurzamingsmaatregelen.
De totale som van uitgaven aan energie en brandstof als percentage van het inkomen laat zien dat armere huishoudens meer last hebben van hogere energietarieven en brandstofprijzen dan rijkere. Dat verschil is sinds de vorige energiecrisis groter geworden en dat komt dus volledig door de energierekening. In 2025 betaalden de laagste inkomens 7,7% aan energie en brandstof. En dat was in een jaar met relatief lage energieprijzen. Dat was in 2022 nog 7,3%. Maar de meeste inkomensgroepen hebben door de lagere energieprijzen – en zonder het wegvallen van steunmaatregelen – juist een daling van de totale energiekosten als percentage van hun inkomen gezien. Voor de hoogste 10% is dat van 4,2% in 2022 naar 3,7% in 2025 gegaan. Daarmee zijn lage inkomens dus met name veel kwetsbaarder voor de verwachte stijgingen van de energierekening door de crisis in het Midden-Oosten.
Meer informatie:
ING
www.ing.nl