Veel Nederlandse binnensteden kennen lege verdiepingen boven winkels. Alleen al in de Amsterdamse Kalverstraat zouden ongeveer 240 etages ongebruikt zijn, in de Leidsestraat en Nieuwendijk zo'n 200 per straat. Toch blijkt het ombouwen van deze ruimtes tot woningen verre van eenvoudig.
© Allagreeg | Dreamstime
De oorzaken zijn talrijk: vaak ontbreekt een eigen ingang, zijn bouwkundige aanpassingen complex en kostbaar, en moeten winkels tijdelijk hun deuren sluiten tijdens verbouwing, wat huurverlies van soms twee jaar betekent. Banken zijn terughoudend bij het financieren van zulke projecten, vooral wanneer panden recent tegen hoge prijzen zijn aangeschaft. Eigenaren die hun panden al tientallen jaren bezitten, zoals de Kroonenberg Groep, kunnen dit soort investeringen soms wel dragen.
Regelgeving vormt een bijkomende uitdaging. Gemeenten stellen parkeernormen en vergunningprocedures zijn langdurig, wat projecten bemoeilijkt. Hierdoor ontstaan doorgaans alleen dure woningen in de vrije sector; middenhuur of sociale huur is financieel vaak niet haalbaar. Voor de nieuwbouw aan de Kalverstraat en Heiligeweg liggen de huren rond €2.200 tot €3.000 per maand.
Toch investeren vastgoedpartijen in deze transformaties, niet zozeer vanwege direct rendement, maar om leegstand te voorkomen en de kwaliteit van hun panden te behouden. Bewoning zorgt voor onderhoud, levendigheid en een betere benutting van stedelijke ruimte.
Hoewel de transformatie van winkeletages bij kan dragen aan levendige binnensteden, is het geen eenvoudig middel tegen de woningnood. Economische realiteit, bouwkosten en regelgeving maken grootschalige realisatie lastig, waardoor beleid en markt beter op elkaar moeten aansluiten om succes mogelijk te maken.
Bron: Het Parool | Dirk Mulder