Tijdens de Week van de Circulaire Economie en het Congres van Duurzaam Ondernemen staat de meubelindustrie onder een vergrootglas. Alette Trompetter, eigenaar van Harvink Collection, benadrukt dat duurzaamheid bij het Nederlandse designmerk geen marketingtrend is, maar verankerd zit in de kern van het ontwerp. Een recent project bij het iconische restaurant InterScaldes dient daarbij als het ultieme praktijkvoorbeeld.
© Harvink
"Circulair denken gaat niet ten koste van de esthetiek." Inzet: Alette Trompetter en Sander Prinsen van Harvink tijdens Destination Design 2024.
Volgens Trompetter begint circulariteit al op de tekentafel. Bij Harvink worden meubels zo ontworpen dat ze volledig en eenvoudig demontabel zijn. Door te werken met hoogwaardige materialen zijn de stukken niet alleen gemaakt voor een lange eerste levensduur, maar zijn ze technisch ook voorbereid op een tweede of derde ronde.
© HarvinkRevitalisatie na tien jaar intensief gebruik
De kracht van deze ontwerpfilosofie werd onlangs zichtbaar bij de samenwerking met het Zeeuwse sterrenrestaurant InterScaldes. In plaats van de bekende 'Splinter'-stoelen van Harvink na ruim tien jaar trouwe dienst te vervangen voor nieuw meubilair, koos het restaurant voor een circulaire route.
De stoelen werden naar de werkplaats van Harvink teruggebracht, volledig gedemonteerd en met vakmanschap hersteld. Dankzij de demontabele constructie konden onderdelen gericht worden vernieuwd of opgefrist, zonder dat het gehele meubel verloren ging.
'Verspilling omzetten in kansen'
Voor Trompetter is dit project de essentie van de huidige beweging in de interieursector. "Het gaat om het behouden van wat waarde heeft, vernieuwen wat nodig is en verspilling omzetten in kansen vanaf de tekentafel," stelt de Harvink-eigenaar. Het resultaat bij InterScaldes bewijst volgens haar dat circulair denken niet ten koste gaat van de esthetiek; de stoelen maken opnieuw indruk alsof ze gloednieuw uit de productie komen.
© Harvink
Meer informatie:
Harvink
www.harvink.nl