De industrie is een van de belangrijkste goederenexporteurs in Nederland. Daarnaast komt drie kwart van de toegevoegde waarde van de industrie door export. Een open economie als die van Nederland is gevoelig voor verstoringen in toeleveringsketens, veranderingen in de buitenlandse vraag, veranderingen in het internationale handelsbeleid, of stijgende grondstofkosten. In de maakindustrie kunnen ontwikkelingen in de wereldhandel vooral doorwerken in de bedrijfsvoering. Dit artikel gaat over nieuw onderzoek uit het meerjarenprogramma over globalisering en waardeketens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
© Rudmer Zwerver | Dreamstime
Om inzicht te krijgen in hoe industriële bedrijven omgaan met ontwikkelingen op internationale markten is gebruikgemaakt van microdata van de conjunctuurenquête (COEN). In deze enquête geven bedrijven hun oordeel over de economische situatie, zoals productie, orders en verwachtingen. Voor dit onderzoek zijn de gegevens van industriële bedrijven verrijkt met informatie uit de Statistiek Internationale Handel in Goederen (IHG). Met deze koppeling analyseert het CBS hoe bedrijven met verschillende handelsprofielen (internationale) economische ontwikkelingen ervaren.
Werkwijze
Voor het onderzoek zijn bedrijven geselecteerd die actief zijn in de industrie, omdat de industrie een van de belangrijkste goederenexporteurs is. Na het koppelen van de data zijn bedrijven die niet exporteren weggelaten uit de data. De antwoorden uit de conjunctuurenquête worden gewogen naar het aantal werknemers van een bedrijf. De gewogen antwoorden uit de enquête zijn vervolgens verdeeld naar de verschillende exportlanden van een bedrijf. Het onderzoek is in eerste instantie gefocust op Duitsland, België, Frankrijk, China en de Verenigde Staten.
Verschillen in sentiment afhankelijk van exportland
De eerste resultaten van het onderzoek gaan over extra vragen uit de COEN van mei 2025. Deze vragen gingen over het internationale handelsbeleid en de export. Van de exporterende industrie zei 95 procent van de bedrijven zorgen te hebben over de internationale handelspolitiek. In deze periode werd het internationale handelsklimaat onzekerder door het aantreden van de nieuwe Amerikaanse regering, de aangekondigde importheffingen van de VS en reacties daarop van andere landen.
De meeste industriebedrijven zeiden dat ze importheffingen het zorgelijkste element vonden van het internationale handelsbeleid. Maar niet alle exporteurs in de industrie ervaren dit. Bedrijven die goederen naar China of de Verenigde Staten exporteren, zeggen dit iets vaker dan bedrijven die vooral binnen de Europese Unie (EU) exporteren. Bedrijven die naar de VS of China exporteren opereren in een geopolitiek spanningsveld waarin onzekerheid over heffingen en (handels)conflicten is toegenomen.
Bedrijven die goederen binnen de EU exporteren maken zich vaker zorgen over niet-tarifaire maatregelen, zoals productvereisten, of vereisten rondom duurzaamheid (zoals CO2-emissies terugdringen of rapportage hierover), dan bedrijven die naar China of de Verenigde Staten exporteren. Bedrijven die vooral binnen de EU exporteren opereren in een tariefvrije handelszone en hebben in directe zin geen last van importheffingen buiten de EU. Onderzoek van het CBS (2024) laat zien dat tariefkosten wel degelijk kunnen doorwerken in toeleveringsketens. Zo kunnen bijvoorbeeld Chinese importheffingen op Amerikaanse goederen ook gevolgen hebben voor Europese producenten die Chinese componenten gebruiken.
© CBS
Bedrijven zijn ook gevraagd naar het belangrijkste gevolg van veranderend handelsbeleid voor hun bedrijfsvoering, zoals het oriënteren op andere exportmarkten of het verlagen van hun exportvolume of -prijs. Ook hier variëren de antwoorden op basis van het de handelspartners.
Voor bedrijven die naar China of de Verenigde Staten exporteren is een verandering in het exportvolume het belangrijkste gevolg bij een veranderend handelsbeleid. Ook dit is gelijk aan ander onderzoek van het CBS (2020) en van Franssen en Van den Berg (2025) waaruit blijkt dat importheffingen vaak samengaan met een lager exportvolume, en niet leiden tot lagere prijzen. Bedrijven die binnen de EU exporteren zeggen dit minder vaak.
Voor bedrijven die binnen de EU exporteren zijn andere gevolgen dan de getoonde antwoordopties belangrijk, waaronder lagere marges en een afwachtende houding tot verdere ontwikkelingen. Ook zeggen bedrijven die vooral binnen de EU handelen vaker geen directe gevolgen voor hun export te verwachten dan bedrijven die naar China of de Verenigde Staten exporteren.
© CBS
Naast bovenstaande twee vragen over het internationale handelsbeleid is bedrijven ook gevraagd wat voor hen de belangrijkste beweegredenen zijn om te exporteren. Industriële bedrijven die naar China exporteren noemen risicospreiding tussen afzetmarkten het belangrijkste voordeel van exporteren. Dit is in mindere mate zo bij bedrijven die naar de Verenigde Staten en de drie EU-landen exporteren.
Bedrijven die binnen de EU exporteren zeggen relatief vaak dat het kunnen voldoen aan incidentele orders uit het buitenland het belangrijkste voordeel is van exporteren. Deze bedrijven zeggen dat vaker dan bedrijven die naar China of de Verenigde Staten exporteren. Daarmee lijken exportrelaties buiten de EU vaker van structurele aard dan exportrelaties binnen de EU.
Dit is vanuit de economische theorie te verklaren vanuit het principe dat exporteren sterk samenhangt met de productiviteit van een onderneming. De meest productieve bedrijven zijn in staat de kosten en risico's van internationaal ondernemen te dragen. Daarbij geldt dat hoe dichterbij de afzetmarkt bij Nederland ligt, hoe lager deze kosten en risico's zijn.
© CBS
Exporteurs in de industrie zijn een diverse groep. De geopolitieke situatie en het internationale handelsbeleid wordt daarom niet door iedereen binnen de industrie hetzelfde ervaren. Dit duidt op duidelijke verschillen in sentiment en beleving. Het vervolgonderzoek zal onder andere ingaan op verschillen tussen de diverse branches in de industrie. Naast het hebben van export kunnen ook andere kenmerken van internationaal zakendoen worden onderzocht. Zo is het sentiment wellicht weer anders bij bedrijven met dienstenexport, of bij bedrijven onder buitenlandse zeggenschap.
Meer informatie:
CBS
www.cbs.nl