Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven

U maakt gebruik van software die onze advertenties blokkeert (adblocker).

Omdat wij het nieuws gratis aanbieden zijn wij afhankelijk van banner-inkomsten. Schakel dus uw adblocker uit en herlaad de pagina om deze site te blijven gebruiken.
Bedankt!

Klik hier voor een uitleg over het uitzetten van uw adblocker.

Meld je nu aan voor onze dagelijkse nieuwsbrief en blijf up-to-date met al het laatste nieuws!

Abonneren Ik ben al ingeschreven
App icon
FreshPublishers
Openen in de app
OPENEN
Retail-analyse van Conny Gruijters van The Real Styleguide:

Waarom veel woonwinkels meer op een vertrekhal lijken dan op een interieurwereld

Veel grote woonwinkels maken indruk met hun volume, maar falen in hun ruimtelijke logica. Volgens Conny Gruijters, Creative Director bij De Ruijtermeubel en drijvende kracht achter The Real Styleguide, zorgen enorme hallen met torenhoge plafonds vaak voor onrust in plaats van inspiratie. "Bezoekers zien veel meubels tegelijk, maar begrijpen niet hoe de winkel is opgebouwd. Daardoor bewegen ze sneller door de ruimte dan de ondernemer lief is."

© Gemini

Het probleem is volgens Gruijters vaak terug te voeren op de architectuur van de panden. Veel woonwinkels zijn gevestigd in oude fabriekshallen of distributiegebouwen op meubelboulevards. Hoewel deze locaties enorme volumes bieden, werken ze ruimtelijk vaak averechts voor retail.

Het 'luchthaven-effect'
De vergelijking met een vertrekhal op een luchthaven is volgens Gruijters geen toeval. Luchthaventerminals zijn ontworpen om grote mensenstromen zo efficiënt mogelijk te verwerken via brede zichtlijnen en lange assen. "Voor een vliegveld is dat perfect, maar voor een woonwinkel is het dodelijk," stelt zij. "In retail wil je namelijk precies het tegenovergestelde: rustpunten, plekken waar mensen blijven hangen en presentaties die écht de aandacht krijgen."

Wanneer de architectuur en de winkelinrichting niet op elkaar zijn afgestemd, ontstaat er een omgeving waarin de klant veel ziet, maar weinig echt bekijkt. De consument 'leest' de winkel niet meer als een sfeervol interieur, maar als een verzameling objecten in een onmetelijke ruimte.

Architectuur bepaalt het interieur
Het probleem ligt volgens de creatief directeur zelden bij het assortiment zelf. De crux zit in de ruimtelijke logica. "Architectuur bepaalt het interieur, niet andersom," aldus Gruijters. Om een winkel rustig te laten 'lezen', is inzicht nodig in looplijnen en kijkrichtingen. Zonder deze sturing verliest de consument de focus en wordt het winkelbezoek een vluchtige ervaring in plaats van een inspirerende reis. "Wanneer architectuur en winkelinrichting niet samenwerken, krijg je een winkel waar je veel ziet, maar weinig echt bekijkt."

Spiegel voor de branche
Gruijters houdt de branche hiermee een spiegel voor: durven retailers de enorme schaal van hun panden te doorbreken om intimiteit en focus terug te brengen? Voor professionals die de conversie willen verhogen, ligt de oplossing niet in méér producten, maar in een betere ruimtelijke opbouw die de klant dwingt tot vertragen.

Bron: Conny Gruijters (The Real Styleguide)

Gerelateerde artikelen → Zie meer