De Nederlandse interieurbouw en meubelindustrie staat op een kruispunt. Terwijl digitalisering en robotisering het maakproces transformeren, blijft het fundament van de sector gestoeld op vakmanschap en menselijke relaties. Jelle Boonstra, directeur van branchevereniging Koninklijke CBM, pleit voor een nieuwe, toekomstbestendige visie op 'werken' in de creatieve maakindustrie.
© CBM
In een uitgebreid gesprek met de Goldschmeding Foundation deelt Boonstra zijn inzichten over de unieke cultuur binnen de branche. Volgens hem onderscheiden interieurbouwers en meubelfabrikanten zich door een bijzondere balans tussen zakelijke groei en passie voor het ambacht. "Natuurlijk zijn ondernemers bezig met winst, maar de liefde voor het product staat hoog op de agenda," aldus Boonstra.
Strategische koers
De koers die CBM voor de komende jaren heeft uitgezet, rust op een stevig fundament waarin ondernemerschap direct gekoppeld wordt aan de concurrentiepositie van de Nederlandse maakindustrie. Vooral in de interieurbouw, waar lokaal maatwerk en fysieke installatie essentieel zijn, ziet Boonstra grote kansen om de lokale productie te behouden en te versterken.
Tegelijkertijd moet de sector aantrekkelijk blijven voor nieuw talent om deze groei te kunnen faciliteren. Hierbij kijkt CBM verder dan de traditionele vijver van vakmensen; juist de toenemende standaardisatie in productieprocessen biedt nieuwe mogelijkheden. Het opent de deuren voor groepen met een afstand tot de arbeidsmarkt of statushouders, voor wie de drempel tot de maakindustrie hiermee wordt verlaagd.
Verduurzaming als noodzaak
Naast ondernemerschap en arbeid is verduurzaming de derde onmisbare pijler geworden. Circulariteit is volgens de directeur geen keuze meer, maar een bittere noodzaak voor een toekomstbestendige branche. Innovatieve projecten zoals Woodloop en Matras Recycling Nederland fungeren hierbij als vlaggenschepen. Zij laten zien dat de meubel- en interieurbranche inmiddels vooroploopt in het sluiten van complexe materiaalkringlopen en het hergebruik van grondstoffen.
Familiebedrijven
Opvallend binnen de branche is het grote aantal familiebedrijven. Deze ondernemingen denken niet in kwartaalcijfers, maar in generaties. Dit vertaalt zich in langdurige ketensamenwerkingen en een hoge loyaliteit onder het personeel. Boonstra ziet hier parallellen met de zorgsector: aandacht voor de mens leidt tot een sterker werkgeversmerk en lager verzuim. "Het is een sector waarin de menselijke kant belangrijk blijft."
Met regionale netwerken als motor voor ontwikkeling en een sterke focus op een inclusieve arbeidsmarkt, zet Koninklijke CBM in op een sector die niet alleen kwalitatieve producten maakt, maar ook een wezenlijke maatschappelijke waarde toevoegt.