Ondanks decennia van aandacht voor vrouwelijk leiderschap blijft het aandeel vrouwen in topfuncties beperkt. In Nederland telt de Female Board Index 17 procent vrouwelijke bestuurders, terwijl EW 27 procent vrouwelijke executives noteert. De oorzaak ligt minder bij vrouwen zelf, maar bij hardnekkige mythes en achterhaalde opvattingen over leiderschap.
© Fizkes | Dreamstime
Een veelgehoorde mythe is dat vrouwen minder ambitieus zijn. Onderzoek van McKinsey en Hogan Assessments laat zien dat vrouwen net zo toegewijd zijn als mannen, mits zij dezelfde ondersteuning krijgen van werkgevers en ervaren collega's.
Ook het idee dat carrière en gezin onverenigbaar zijn, klopt niet. Interviews met vrouwelijke ceo's tonen dat velen succesvol combineren dankzij partners, duidelijke grenzen en bewuste keuzes.
Daarnaast zou 'aardig zijn' een handicap zijn voor vrouwen, maar studies zoals het Nationaal Leiderschapsonderzoek 2024 laten zien dat vrouwen steeds dominanter worden en zich assertiever opstellen, zonder dat hun effectiviteit afneemt.
Vrouwen onderschatten zichzelf bovendien nog te vaak bij sollicitaties voor topfuncties, terwijl hun vaardigheden gelijkwaardig worden beoordeeld aan die van mannen.
Andere mythes zijn dat vrouwelijke leiders sneller opgebrand raken of te emotioneel zijn voor stressvolle functies. Onderzoeken, waaronder van Harvard Business Review, tonen aan dat vrouwen vaak beter omgaan met druk en hun teams ondersteunen, terwijl mannen zich soms laten leiden door angst of frustratie.
Zelfs AI-systemen reproduceren bestaande genderverwachtingen, waardoor mythes niet automatisch verdwijnen. Het doorbreken van deze achterhaalde ideeën is cruciaal om vrouwelijke leiders een gelijkwaardige plek in de boardroom te geven.
Bron: MT/Sprout