Bedrijfsleiders in België hebben de afgelopen maanden massaal geld uit hun vennootschappen gehaald om een aangekondigde belastingverhoging te vermijden. Volgens cijfers van Financiën, bericht door De Tijd, leidde dit tot een aanzienlijke stijging van de roerende voorheffing op dividenden.
© Robert Kneschke | Dreamstime
In januari 2026 bedroegen de ontvangsten uit deze voorheffing 332 miljoen euro, tegenover 198 miljoen euro in dezelfde maand vorig jaar. De piek werd eind 2025 al duidelijk: het Rekenhof constateerde dat veel vennootschappen vervroegd uitkeerden tegen het verlaagde tarief van 15 procent, voordat dit vanaf 1 april wordt verhoogd naar 18 procent.
De totale roerende voorheffing op dergelijke uitkeringen steeg vorig jaar naar ruim 1,2 miljard euro, een toename van 449 miljoen euro ten opzichte van 2024. Alleen in december 2025 ging het om meer dan 400 miljoen euro extra. Het Rekenhof waarschuwt dat deze inkomsten eenmalig zijn en geen structurele verbetering van de overheidsfinanciën betekenen.
De federale regering besloot vorig jaar de kosten voor het opnemen van cash uit vennootschappen te verhogen. Het VVPR-bis-gunstregime laat aandeelhouders van kleine vennootschappen momenteel toe om tegen een verlaagd tarief van 15 procent geld op te nemen, in plaats van het standaardtarief van 30 procent. Vanaf 1 april 2026 wordt dit verlaagde tarief verhoogd naar 18 procent, waardoor het financieel minder aantrekkelijk wordt om dividenden nog snel uit te keren.
Bron: Made In