De verhouding tussen woonkosten en inkomen is de afgelopen jaren licht gedaald, maar Nederlandse huishoudens behoren nog altijd tot de hoogste woonlastbetalers van de eurozone. Dat blijkt uit een analyse van transactiedata van circa 320.000 huishoudens tussen 2019 en 2025.
© Andrii Yalanskyi | Dreamstime
De zogeheten woonlastenratio, het deel van het inkomen dat aan wonen wordt besteed, laat zien dat huiseigenaren gemiddeld relatief minder kwijt zijn dan huurders. Voor kopers met een hypotheek daalde de mediane ratio van 24,7 procent in 2019 naar 22,3 procent in 2025. Bij huurders ging deze in dezelfde periode van 33,9 naar 31,5 procent.
© ABN AMRO
Toch blijven de totale woonlasten in internationaal perspectief hoog. Volgens Eurostat besteedden Nederlandse huishoudens in 2024 gemiddeld een aanzienlijk deel van hun besteedbaar inkomen aan wonen. Voor huishoudens met een inkomen onder de mediaan loopt dit op tot gemiddeld 41,9 procent.
© ABN AMRO
Het onderzoek maakt gebruik van geanonimiseerde banktransacties om inkomsten en woonuitgaven nauwkeuriger te volgen. Naast huur of hypotheek worden ook kosten zoals energie, VvE-bijdragen en toeslagen meegenomen. Deze methode maakt het mogelijk om ontwikkelingen sneller te volgen dan via traditionele statistieken van het Centraal Bureau voor de Statistiek.
© ABN AMRO
De analyse laat verder zien dat inkomensverschillen een belangrijke rol spelen. Kopers hebben gemiddeld hogere inkomens, waardoor hun woonlastenratio lager uitvalt, ondanks hogere absolute woonkosten. Bij jonge huishoudens liggen de verhoudingen dichter bij elkaar: starters met een koopwoning en jonge huurders in de vrije sector besteden ongeveer een vergelijkbaar deel van hun inkomen aan wonen.
© ABN AMRO
Voor een deel van de huurders blijft financiële steun cruciaal. Zonder huurtoeslag zou een aanzienlijk aantal huishoudens meer dan de helft van het inkomen aan woonlasten kwijt zijn.
Meer informatie:
ABN AMRO
www.abnamro.nl