Het verruimen van de leennormen voor huizenkopers lijkt aantrekkelijk in een krappe woningmarkt, maar werkt prijsopdrijvend en vergroot de schulden. Dat concluderen De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) in een nieuwe monitor over hypothecaire leennormen en financiële stabiliteit.

Leennormen bepalen hoeveel kopers mogen financieren. De Loan-to-Value (LTV) begrenst de hypotheek doorgaans op maximaal 100% van de woningwaarde. Daarnaast geldt een Loan-to-Income (LTI)-norm, gebaseerd op inkomen en rente. Deze kaders moeten voorkomen dat huishoudens te hoge schulden aangaan.
Volgens de monitor zijn de risico's niet gering. Sinds medio 2023 stegen huizenprijzen met 21%, terwijl inkomens met 14% toenamen. In 2025 werd bijna 75% van de woningen boven de vraagprijs verkocht. De totale hypotheekschuld bedraagt bijna 80% van het bbp, tegen circa 50% in de eurozone. Starters lenen vaak maximaal: meer dan de helft financiert meer dan 90% van de woningwaarde en benut gemiddeld 92% van de leencapaciteit.
Een verdere verruiming leidt volgens DNB en AFM tot hogere biedingen en oplopende schulden, vooral bij starters. Dat vergroot de kwetsbaarheid bij renteverhogingen, inkomensverlies of prijsdalingen en verhoogt ook de risico's voor banken.
Strengere normen zijn op dit moment evenmin wenselijk, omdat die starters verder buitenspel zetten. Op termijn kan een lagere LTV passend zijn, mits de huurmarkt voldoende alternatieven biedt. Een structurele oplossing ligt volgens de toezichthouders in meer woningaanbod en het afbouwen van fiscale stimulering van eigenwoningbezit.
Meer informatie:
De Nederlandsche Bank
www.dnb.nl