De meeste ouderen willen zo lang mogelijk thuis blijven wonen, maar soms is verhuizen naar een verpleeghuis onvermijdelijk. In dat geval spelen zowel intensieve zorgbehoefte als financiële aspecten een rol.
© Yuri Arcurs | Dreamstime
Om in een verpleeghuis te kunnen wonen, is een indicatie vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) nodig. Dit geldt voor mensen met een blijvende en intensieve zorgvraag, bijvoorbeeld door dementie of een ernstige lichamelijke beperking. In een verpleeghuis is 24-uurszorg beschikbaar, waardoor zelfstandige woonlasten grotendeels vervallen.
De woonkosten worden vergoed via de Wlz, maar bewoners betalen een eigen bijdrage, berekend door het CAK. Hierbij wordt gekeken naar geboortejaar, woonsituatie, inkomen en vermogen van twee jaar geleden. Voor 2026 geldt dat nieuwe bewoners in de eerste vier maanden een lage eigen bijdrage betalen, variërend van €212,60 tot €1.115,80 per maand. Na vier maanden geldt meestal de hoge eigen bijdrage, maximaal €3.061,80 per maand, tenzij er sprake is van een thuiswonende partner of kosten voor kinderverzorging. Het CAK streeft er bij de hoge eigen bijdrage naar dat bewoners na aftrek van zorgkosten minimaal het wettelijke zak- en kleedgeld overhouden.
Door de stijgende levensverwachting en betere gezondheid blijven ouderen langer thuis, wat leidt tot kortere verblijven in verpleeghuizen: gemiddeld negen maanden. Dit heeft ook effect op de wachtlijsten, die in sommige regio's afnemen. Tegelijkertijd ontstaan er leegstaande plaatsen, waardoor de druk op verpleeghuiszorg verschuift.
Bron: ED