Conny Gruijters, creative director bij De Ruijtermeubel en eigenaar van The Real Styleguide, benadrukt dat veel interieurproblemen niet voortkomen uit smaak, maar uit gemak. Kleur wordt vaak als laatste gekozen, waardoor ondertonen kunnen botsen en een ruimte anders aanvoelt dan verwacht.
© Pinterest
In showrooms oogt een staal overtuigend door neutrale achtergronden en gecontroleerd licht, maar thuis speelt het omliggende interieur en daglicht een cruciale rol. Een warme beige tint kan in noordelijk licht grijzer lijken en in zuidelijk zonlicht juist geler. Ook de schaal van een oppervlak beïnvloedt de waarneming: een kleur die klein zacht oogt, kan op een grote wand nadrukkelijk aanwezig zijn. Materialen spelen mee: fluweel verdiept een tint, glad leer of gelakt hout kan een kleur harder doen overkomen.
Onderlinge kleurrelaties zijn eveneens bepalend. Twee tinten die in een staal naast wit identiek lijken, kunnen naast hout of natuursteen totaal anders ogen. Zonder hiërarchie tussen wand, vloer en stoffering ontstaan sneller spanningen. Blauw kan een ruimte visueel laten terugwijken, zwart geeft gewicht, rood trekt aandacht en groen werkt alleen als de ondertoon aansluit.
Daarnaast verandert kleur in de tijd door zonlicht, gebruik en oxidatie. Verfkwaliteit en afwerking beïnvloeden de stabiliteit: matte verf verstrooit licht en oogt dieper, zijdeglans reflecteert directer en lijkt helderder. Gruijters stelt dat wie kleur serieus neemt, verder moet kijken dan inspiratie alleen. Kleur is geen decoratieve laag, maar een fundamenteel instrument dat de beleving van licht, ruimte en materiaal bepaalt.
Bron: The Real Style Guide