In januari 2026 waren consumentengoederen en -diensten 2,4 procent duurder dan een jaar eerder, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In december 2025 was de inflatie 2,8 procent. De prijsontwikkeling van voedingsmiddelen en alcoholvrije dranken droeg het meest bij aan de daling van de inflatie. Het inflatiecijfer van januari is hetzelfde als bij de snelle raming die op 4 februari is gepubliceerd.
© Iakov Filimonov | Dreamstime
De inflatie wordt elke maand gemeten als de ontwikkeling van de consumentenprijsindex (CPI) ten opzichte van dezelfde maand in het voorgaande jaar. De CPI geeft ook inzicht in de prijsontwikkeling in vergelijking met een maand eerder. Consumentengoederen en -diensten waren in januari 0,7 procent goedkoper dan in december.
© CBSLagere inflatie door prijsontwikkeling voedingsmiddelen en alcoholvrije dranken
De prijsontwikkeling van voedingsmiddelen en alcoholvrije dranken had een neerwaarts effect op de ontwikkeling van de inflatie. Deze waren in januari 2,0 procent duurder dan een jaar eerder, in december was dit 3,3 procent.
© CBSKleding en schoenen dragen ook bij aan de daling
De prijsontwikkeling van kleding en schoenen droeg ook bij aan de daling van de inflatie. In januari waren kleding en schoenen 0,5 procent goedkoper dan in dezelfde maand het jaar daarvoor, in december was er een prijsstijging van 1,0 procent. Ook de prijsontwikkeling van tandheelkundige diensten had een drukkend effect op de ontwikkeling van de inflatie.
© CBSPrijsontwikkelingen op korte termijn
In vergelijking met december daalden de prijzen voor consumenten in januari met 0,7 procent. Een kanttekening bij een vergelijking tussen twee opeenvolgende maanden is dat rekening moet worden gehouden met de invloed van het seizoen. Zo zijn vliegtickets in vakantiemaanden duurder dan in andere maanden. De prijzen zijn dan tijdelijk hoger, maar dit is geen structurele prijsstijging.
© CBSInflatie eurozone daalt
Het CBS publiceert twee verschillende cijfers voor inflatie. Een op basis van de consumentenprijsindex (CPI) en een op basis van de Europees geharmoniseerde consumentenprijsindex (HICP). Consumentengoederen en -diensten in Nederland waren volgens de HICP in januari 2,2 procent duurder dan in dezelfde maand vorig jaar. In december was de inflatie volgens de HICP 2,7 procent. Het cijfer van december is gereviseerd, bij de eerste publicatie van de decembercijfers was dit 2,5 procent. De inflatie in de eurozone daalde van 2,0 procent in december naar 1,7 procent in januari.
© CBS
De inflatie in de eurozone was in januari 2026 lager dan in Nederland. De prijzen van energie waren in januari 2026 in de eurozone lager dan in januari vorig jaar, terwijl deze in Nederland hoger waren. Daarnaast was de prijsstijging bij diensten en industriële goederen in januari in Nederland groter dan gemiddeld in de eurozone.
© CBS
Verschil CPI en HICP
Om de inflatie tussen landen te kunnen vergelijken, berekenen de lidstaten van de Europese Unie (EU) een consumentenprijsindex volgens internationaal afgesproken definities en methoden. De Europese Centrale Bank gebruikt de HICP voor het monetaire beleid in de eurozone. Daarnaast maken de meeste landen nog een eigen, nationale prijsindex.
Het belangrijkste verschil tussen de CPI en de HICP voor Nederland is dat de HICP in tegenstelling tot de CPI geen rekening houdt met de kosten van het wonen in de eigen woning. In de CPI worden deze kosten berekend aan de hand van de ontwikkeling van woninghuren. Dit is echter niet het enige verschil. In de lange onderzoeksbeschrijving worden deze verschillen verder toegelicht.
Meer informatie:
CBS
www.cbs.nl