De Nederlandse industrie is het jaar 2026 matig begonnen. Voor het eerst in acht maanden nam het aantal nieuwe orders af, ondanks een lichte verbetering van de export. De Nevi Inkoopmanagersindex daalde met één punt naar 50,1, wat wijst op een nagenoeg stagnerende sector.
© Viorel Dudau | Dreamstime
Vooral de binnenlandse vraag naar investeringsgoederen, zoals machines, en naar halffabricaten liep terug. De vraag naar consumentenproducten liet daarentegen een stijging zien. Ook de export herstelde licht, na een kleine daling in december.
Tegelijkertijd namen de kosten voor industriële bedrijven stevig toe, in het hoogste tempo sinds tien maanden. Ondernemingen noemen hogere prijzen voor metalen, kunststoffen en andere grondstoffen, evenals stijgende transport- en loonkosten. Veel bedrijven verhoogden hun verkoopprijzen om deze kosten door te berekenen. De enquête werd gehouden vóór het cao-akkoord voor Metaal en Techniek, waarin loonstijgingen van circa 3 procent zijn afgesproken voor 2026 en 2027.
De zwakke vraag is geen puur Nederlands fenomeen. Ook de Duitse industrie kampt met tegenwind, onder meer door hoge energiekosten en internationale concurrentie. Hoewel de Duitse inkoopmanagersindex in januari verbeterde, blijft deze onder de groeigrens van 50.
Tegenover dit sombere beeld staat positief nieuws uit de chipsector. De sterke vraag naar AI-chips zorgt voor groei bij ASML, wat in 2026 ook kansen biedt voor Nederlandse toeleveranciers. Daarnaast kan een verwachte opleving van de woningbouw de vraag naar bouwmaterialen later dit jaar ondersteunen.
Meer informatie:
ABN AMRO
www.abnamro.nl