Het kabinet wil de compensatieregeling voor transitievergoedingen bij langdurige ziekte deels afschaffen, waardoor grote werkgevers vanaf 1 juli 2026 de vergoeding zelf moeten betalen. Sinds 2020 keerde het UWV de transitievergoeding terug aan werkgevers bij ontslag van werknemers die langer dan twee jaar ziek zijn. Dit was bedoeld om te voorkomen dat werkgevers werknemers 'slapend' in dienst hielden om betaling van de vergoeding te vermijden.
© Yuri Arcurs | Dreamstime
Een voorbeeld: een werknemer met een bruto maandsalaris van 3.000 euro kan na twee jaar ziekte een transitievergoeding van ruim 32.000 euro krijgen. Zonder compensatie kan dit voor grotere bedrijven aanzienlijke financiële gevolgen hebben. Advocaat arbeidsrecht Jolien Macken waarschuwt dat de afschaffing van de regeling de terugkeer van slapende dienstverbanden waarschijnlijk maakt, waarbij werknemers formeel in dienst blijven maar geen loon of re-integratie ontvangen.
De nieuwe regeling geldt voor werkgevers met een loonsom van meer dan 25 keer het gemiddelde premieplichtige loon per jaar. Ondanks weerstand en advies van de Raad van State om de compensatie te behouden, zet minister SZW het wetgevingsproces door. De maatregel is ingevoerd om 380 miljoen euro structureel te besparen.
In de toekomst wil de regering een vernieuwde transitievergoeding introduceren, gericht op de overgang van werk naar werk. Werkgevers die tijdig investeren in bijscholing, omscholing of re-integratie, krijgen lagere of geen verplichtingen. Hoe dit precies vorm krijgt en of slapende dienstverbanden kunnen worden voorkomen, zal de praktijk moeten uitwijzen.
Deze wijziging kan leiden tot ongelijkheid tussen werknemers van grote en kleine werkgevers en roept belangrijke vragen op over de balans tussen werknemersbescherming en financiële haalbaarheid voor bedrijven.
Bron: De Ondernemer