De economie van de eurozone heeft het jaar 2025 verrassend robuust afgesloten. In het vierde kwartaal groeide het bruto binnenlands product met 0,3 procent ten opzichte van het voorgaande kwartaal, hoger dan eerder geraamd. De groei werd vooral gedragen door de binnenlandse vraag, met een belangrijke rol voor huishoudelijke consumptie en overheidsuitgaven. In veel landen drukte de netto-export het groeicijfer, al vormden Nederland en Frankrijk daarop een uitzondering.
© Ufo13 | Dreamstime
Op nationaal niveau viel vooral Spanje op met een sterke kwartaalgroei van 0,8 procent. Frankrijk liet eveneens een solide ontwikkeling zien, ondanks eerdere onzekerheid rond de overheidsfinanciën. De cijfers onderstrepen de veerkracht van de eurozone-economie, ondanks mondiale onzekerheid en handelsbelemmeringen. Vooruitkijkend blijft de export kwetsbaar, maar de aantrekkende binnenlandse vraag biedt een gunstige uitgangspositie voor 2026.
Ook Duitsland leverde een positieve bijdrage. De grootste economie van Europa groeide in het vierde kwartaal met 0,3 procent, waarmee over heel 2025 weer sprake was van lichte groei na twee jaren van krimp. De opleving kwam vooral vanuit consumptie en overheidsbestedingen, al blijft de industriële sector onder druk staan. Voor 2026 wordt een verdere versnelling verwacht, gedreven door hogere overheidsuitgaven.
© ABN AMRO
Nederland kende eveneens een sterk slot van het jaar. Het bbp groeide in het vierde kwartaal met 0,5 procent, waarmee de jaargroei uitkwam op 1,9 procent. Naast consumptie en overheidsuitgaven leverde ook de export een duidelijke bijdrage. Voor 2026 wordt gerekend op een gematigder groei, al zorgen de recente cijfers voor opwaarts potentieel.
Meer informatie:
ABN AMRO
www.abnamro.nl