Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven

U maakt gebruik van software die onze advertenties blokkeert (adblocker).

Omdat wij het nieuws gratis aanbieden zijn wij afhankelijk van banner-inkomsten. Schakel dus uw adblocker uit en herlaad de pagina om deze site te blijven gebruiken.
Bedankt!

Klik hier voor een uitleg over het uitzetten van uw adblocker.

Meld je nu aan voor onze dagelijkse nieuwsbrief en blijf up-to-date met al het laatste nieuws!

Abonneren Ik ben al ingeschreven
Blog Wesley Terhaerdt, advocaat ondernemingsrecht bij Nysingh

Woonwinkel failliet, fabrikant krijgt nog een ton: hoe beperk je de schade als leverancier?

Het is de nachtmerrie van iedere meubelfabrikant of groothandel: een grote afnemer valt om terwijl er nog tienduizenden euro's aan facturen openstaan. Onlangs werd een fabrikant in de woonsector geconfronteerd met een vordering van €109.000 op een failliete woonwinkelketen. In de praktijk krijgt slechts 2% van de gewone leveranciers hun geld volledig terug. Toch zijn er manieren om de schade te beperken, mits de zaken vooraf goed zijn geregeld.

In een expertblog voor De Ondernemer deelt Wesley Terhaerdt, advocaat ondernemingsrecht bij Nysingh, een praktijkvoorbeeld uit de meubelbranche. De betreffende woonwinkelketen moest door dalende omzetten en stijgende kosten het eigen faillissement aanvragen. De meubelfabrikant bleef achter als 'concurrente crediteur', wat normaal gesproken betekent dat men achteraan de rij moet aansluiten, na de banken, de fiscus en het UWV.

© Wesley Terhaerdt | Nysingh advocaten & notarissen

Eigendomsvoorbehoud
Voor de fabrikant in kwestie liep het relatief goed af. De crux zat hem in het feit dat de onderneming 'faillissementsproof' was ingericht. De fabrikant had een eigendomsvoorbehoud opgenomen in de algemene voorwaarden en dit op de juiste wijze van toepassing verklaard op de contracten.

Door dit voorbehoud bleven de geleverde meubels juridisch eigendom van de fabrikant zolang de facturen niet waren voldaan. In samenwerking met de curator kon de fabrikant de onbetaalde goederen terughalen, waardoor de uiteindelijke financiële schade tot een minimum werd beperkt.

Gereedschapskist
Om als leverancier in de woonbranche niet met lege handen te staan bij een faillissement, adviseert Terhaerdt om de volgende juridische instrumenten vooraf vast te leggen:
- Verlengd eigendomsvoorbehoud: Zorgt dat geleverde zaken jouw eigendom blijven tot álle vorderingen zijn betaald.
- Recht van reclame: Dit wettelijke recht stelt je in staat goederen terug te vorderen als de factuur niet tijdig is betaald. Let op: dit moet doorgaans binnen zes weken na de vervaldatum van de factuur gebeuren.
- Retentierecht: Handig voor bijvoorbeeld stoffeerders of meubelmakers die goederen van de klant onder zich hebben ter reparatie of bewerking. Je mag het product houden totdat de betaling binnen is.
- Zekerheden: Denk aan een bankgarantie of een pandrecht op de voorraad of inventaris van de afnemer.
- Voorschotfacturen: Zeker bij dalende kredietwaardigheid van een woonwinkel is het trekken aan de 'handrem' middels (gedeeltelijke) vooruitbetaling raadzaam.

Btw-teruggave als pleister op de wonde
Mocht een vordering onverhoopt toch oninbaar blijken, vergeet dan niet de reeds afgedragen btw terug te vragen bij de Belastingdienst. Dit kan zodra vaststaat dat de vordering oninbaar is, uiterlijk één jaar na de vervaldatum van de factuur.

De les voor de branche is duidelijk: de positie die je inneemt ná een faillissement wordt bepaald door de afspraken die je vóóraf hebt gemaakt. "Als je pas nadenkt over je positie als het faillissement al is uitgesproken, ben je meestal te laat," aldus Terhaerdt.

Bron: De Ondernemer / Wesley Terhaerdt (Nysingh)

Publicatiedatum:

Gerelateerde artikelen → Zie meer