Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven

U maakt gebruik van software die onze advertenties blokkeert (adblocker).

Omdat wij het nieuws gratis aanbieden zijn wij afhankelijk van banner-inkomsten. Schakel dus uw adblocker uit en herlaad de pagina om deze site te blijven gebruiken.
Bedankt!

Klik hier voor een uitleg over het uitzetten van uw adblocker.

Meld je nu aan voor onze dagelijkse nieuwsbrief en blijf up-to-date met al het laatste nieuws!

Abonneren Ik ben al ingeschreven

Onrust in Metaal & Techniek: vakbonden wijzen loonbod werkgevers resoluut af

De onderhandelingen voor de nieuwe cao Metaal & Techniek zijn in een kritieke fase beland. De werkgeversorganisaties hebben hun eerste formele loonbod gepresenteerd, maar vakbond FNV noemt de voorstellen "teleurstellend en onvoldoende". Voor ondernemers in de techniek- en interieursector dreigt hiermee een moeizaam traject, terwijl de roep om stabiliteit op de arbeidsmarkt groeit.

De Metaal & Techniek-cao is de grootste in de markt en is direct relevant voor veel toeleveranciers en installateurs in de woonbranche. Tijdens de vierde onderhandelingsronde legden werkgevers een bod neer voor een loonsverhoging van 2,6% in mei 2026, gevolgd door een nominale verhoging van € 100,- (circa 2,6%) in mei 2027.

© FNV

Gebrek aan koopkrachtbehoud
Volgens de bonden leidt dit bod tot een feitelijke achteruitgang in koopkracht, omdat de verhogingen achterblijven bij de inflatiecijfers. "Dit maakt werken in de sector minder aantrekkelijk, terwijl de personeelstekorten en de vergrijzing al enorme uitdagingen vormen voor ondernemers," stelt de FNV in een reactie.

Werkgevers staan echter voor een lastig dilemma: zij kampen met stijgende kosten op diverse fronten en proberen de loonkosten beheersbaar te houden om de internationale concurrentiepositie en de winstgevendheid van de bedrijven te beschermen.

Versobering van ontziemaatregelen
Naast het loonbod is er grote onenigheid over de zogenaamde 'duurzame inzetbaarheid'. De werkgevers stellen voor om de instapleeftijd voor seniorendagen (artikel 51) te verhogen van 55 naar 60 jaar, meebewegend met de stijgende AOW-leeftijd. Ook het Generatiepact en de RVU-regeling (vervroegde uittreding) zouden als het aan de werkgevers ligt strenger worden gehandhaafd en beperkt worden tot 'zware beroepen'.

De eisen op een rij
De bonden blijven inzetten op een pakket dat de sector aantrekkelijk moet houden voor zowel jong talent als ervaren krachten. Hun belangrijkste eisen zijn:
- Koopkrachtbehoud: Een loonstijging die de inflatie volledig compenseert.
- Recht op onbereikbaarheid: Geen verplichting tot werkcontact buiten werktijd.
- Modernisering verlof: Verbetering van het ouderschapsverlof en een vrije dag op 5 mei.
- Zekerheid: Meer vaste contracten voor uitzendkrachten en scholing binnen werktijd.

Hoe nu verder?
Hoewel de vakbonden de huidige voorstellen "onacceptabel" noemen, is de deur naar de onderhandelingstafel nog niet definitief dicht. Er wordt gestreefd naar meer duidelijkheid voor het einde van de maand, voordat de huidige cao-periode afloopt.

Voor ondernemers in de sector betekent deze impasse dat er nog geen zekerheid is over de loonkosten voor de komende twee jaar. Een definitief conflict of eventuele acties kunnen de planning en leveringen in de bouw- en interieurketen verder onder druk zetten.

Bron: FNV

Gerelateerde artikelen → Zie meer