Twee consumenten die claimden gezondheidsschade te hebben opgelopen door een WTW-installatie in hun woning, hebben bot gevangen bij het Kifid. Ondanks kritiek van de tuchtrechter op een gebruikt medisch advies, oordeelt de Geschillencommissie dat de rechtsbijstandverzekeraar de zaak mocht sluiten. De reden: het aantonen van een direct causaal verband tussen installatie en ziekte blijft juridisch een nagenoeg onmogelijke opgave.
De zaak sleept al jaren voort. De bewoners stelden dat zij tussen 2012 en 2014 ziek waren geworden door stoffen uit de warmte-terugwinningsinstallatie. Zij deden hiervoor een beroep op hun rechtsbijstandverzekering bij a.s.r. (uitgevoerd door DAS) om de woningbouwvereniging aansprakelijk te stellen. DAS weigerde echter de zaak verder te voeren, omdat een claim volgens hen geen "redelijke kans van slagen" had.
© Lacheev | Dreamstime.com | Dreamstime
Gebrekkig rapport
De kern van het recente conflict draaide om een medisch advies uit 2016. De tuchtrechter had eerder geoordeeld dat dit rapport onzorgvuldig was; zo waren GGD-rapportages niet volledig meegewogen en werden er onjuiste grenswaarden gehanteerd. De bewoners hoopten dat deze tuchtrechtelijke waarschuwing de weg vrij zou maken voor een schadevergoeding van ruim 16.000 euro.
Het Kifid oordeelt nu echter anders. Hoewel de commissie erkent dat er gebreken aan het rapport kleven, is het niet "evident onjuist". Voor de wet (artikel 7:904 BW) moet een advies van een externe advocaat zeer ernstige gebreken vertonen voordat een verzekeraar gedwongen kan worden de zaak herop te pakken. Dat was hier niet het geval.
Het probleem van causaal verband
De uitspraak onderstreept een groot risico voor partijen in de afbouw- en installatiesector: het bewijzen van de oorzaak van gezondheidsklachten. In deze zaak bleek dat er bij de consumenten ook sprake was van andere, reeds bestaande gezondheidsfactoren. "De kernvraag – het causaal verband tussen de stoffen in de woning en de gezondheidsschade – kon medisch niet onomstotelijk worden vastgesteld," aldus de commissie.
Wat betekent dit voor de B2B-sector?
Voor woningbouwverenigingen, verhuurders en installatiebedrijven bevestigt deze uitspraak dat de drempel voor consumenten om schadeclaims wegens "ziekmakende woningen" te verzilveren erg hoog ligt. Rechtsbijstandverzekeraars zijn terughoudend met het procederen in dit soort dossiers, juist vanwege de complexe medische bewijslast.
Tegelijkertijd is het een waarschuwing voor de sector om dossiers rondom binnenklimaat en installatie-onderhoud minutieus bij te houden. Hoewel de verzekeraar hier in het gelijk is gesteld, laten de kritische tuchtrechtelijke oordelen zien dat de kwaliteit van technisch en medisch onderzoek in dergelijke trajecten steeds nauwer onder het vergrootglas ligt.
De vordering van de consumenten is afgewezen. Zij kunnen de zaak nog wel voorleggen aan de civiele rechter, aangezien het Kifid-oordeel in dit specifieke geval een niet-bindend advies betreft.
Bron: Letselschade.NU