Woningcorporaties maken zich zorgen over huurders die een sociale huurwoning aanhouden terwijl zij ook één of meerdere koopwoningen bezitten. Volgens recent onderzoek van het Centraal Planbureau gaat het om bijna 12.000 gevallen. Corporatiekoepel Aedes spreekt van een onwenselijke situatie, zeker gezien de grote woningnood en de lange wachtlijsten.
© Liesbeth Spies | Aedes
Aedes-voorzitter Liesbeth Spies (zie inzet) geeft aan dat het onderzoek zelfs voor haar verrassend was. Bij ongeveer tweeduizend huurders spelen omstandigheden mee, zoals een erfenis of mede-eigenaarschap van een woning van een ex-partner. De overige tienduizend huurders lijken bewust een sociale huurwoning te behouden naast hun koopwoning.
Spies benadrukt dat het gaat om minder dan een half procent van het totale corporatiebezit, maar dat dit in de huidige markt niet te verantwoorden is. Corporaties mogen bij toewijzing op inkomen toetsen, maar niet op vermogen. Daardoor is vaak onbekend of huurders inmiddels vastgoed bezitten. Dit is volgens Spies niet strijdig met de Woningwet, omdat de toelatingsgrens uitsluitend inkomensafhankelijk is.
Volgens haar is het zinvol te onderzoeken of toetsing op vermogen of bezit mogelijk gemaakt kan worden, niet alleen bij toewijzing maar ook tussentijds. Dit is juridisch ingewikkeld, omdat huurders van eventuele koopwoningen ook recht op huurbescherming kunnen hebben.
Een rechtszaak van Ymere, waarin een woningbezitter succesvol uit een sociale huurwoning werd gezet, ziet Spies als een uitzonderlijk geval. Zij verwacht dat een structurele oplossing ondersteuning van de overheid vraagt. Corporaties hopen tienduizend woningen te kunnen vrijmaken voor woningzoekenden met een urgente behoefte aan sociale huur.
Bron: AD