Terwijl de schaarste op de woningmarkt oploopt, bezitten bijna 12.000 huishoudens in een sociale huurwoning structureel één of meer eigen woningen. In extreme gevallen bezitten deze huurders zelfs meer dan tien panden. Hoewel het om een fractie van het totaal aantal huurders gaat, botst dit woningbezit in de meeste gevallen direct met de maatschappelijke doelstelling van woningcorporaties. Dit blijkt uit nieuw onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB).
© Rudmer Zwerver | Dreamstime.com | DreamstimeModerne sociale woningbouw in Ypenburg, Den Haag: Vier gezinsappartementen in warme terracottatinten.
Woningcorporaties hebben de wettelijke taak om mensen te huisvesten die niet zelfstandig in hun woonbehoefte kunnen voorzien. Het feit dat een groep huurders zelf over vastgoed beschikt, werpt vragen op over de rechtvaardigheid van de verdeling van sociale huurwoningen.
Verhuur en tweede woningen
Het onderzoek van het CPB maakt onderscheid tussen huurders die 'bij toeval' eigenaar zijn en huurders die bewust vastgoed aanhouden.
- Onmacht (1 op de 6): Bij ongeveer 2.000 huishoudens is het woningbezit het gevolg van omstandigheden, zoals een onverdeelde erfenis of een woning die nog wordt bewoond door een ex-partner. Hier is geen sprake van bewuste keuzevrijheid.
- Keuzevrijheid (5 op de 6): Bij de overige 10.000 huishoudens is er sprake van een bewuste situatie. Het vastgoed wordt door deze corporatiehuurders veelal ingezet voor commerciële verhuur, als tweede woning of voor de huisvesting van naasten.
In deze laatste categorie botst het bezit volgens het CPB met de doelstelling van corporaties: de huurder heeft in principe een alternatieve woonplek, maar kiest ervoor deze niet zelf te gebruiken.
Buiten de doelgroep
De groep 'huurder-eigenaren' wijkt ook op andere vlakken af van de gemiddelde sociale huurder. Ruim de helft van deze groep verdient meer dan de wettelijke inkomensgrens voor sociale huur. Bovendien blijken zij vaak op de meest aantrekkelijke locaties te wonen in kwalitatief goede corporatiewoningen.
Gebruik van microdata
Het CPB baseert de cijfers op geanonimiseerde microdata. Hierdoor is exact in kaart gebracht hoe vaak dit fenomeen voorkomt, zonder dat de identiteit van de specifieke huurders bekend is. Het onderzoek dient als basis voor de politieke discussie over hoe de schaarse sociale woningvoorraad passender kan worden ingezet.
Lees hier het complete rapport.