Een schilder die tijdens werkzaamheden in een pand in aanbouw door een trapgat naar de kelder viel en daarbij een incomplete dwarslaesie opliep, krijgt van de Rechtbank Oost-Brabant gelijk. De kantonrechter oordeelt dat drie partijen hoofdelijk aansprakelijk zijn: de pandeigenaar, de ingeschakelde bouwbegeleider en de opdrachtgever van de schilder. Ook hun verzekeraars moeten, voor zover tot uitkering verplicht, meebetalen. De hoogte van de schade wordt later in een schadestaatprocedure vastgesteld.
Het ongeval
Op 7 mei 2020 werkte de schilder met collega's in een hal die nog vol stond met materialen van andere bouwvakkers. Om te kunnen werken met onder andere een schaarhoogwerker, verplaatsten de schilders een grote houten afdekplaat die het trapgat naar de kelder afsloot. Rondom de plaat waren geen markeringen, waarschuwingen of afzettingen aanwezig, en de plaat was niet geborgd. Bij het optillen viel de schilder ruim drie meter naar beneden en liep een incomplete dwarslaesie op.
Wie is aansprakelijk?
De schilder spande een zaak aan tegen drie partijen: de pandeigenaar (onrechtmatige daad, artikel 6:162 BW), de bouwbegeleider (ook onrechtmatige daad) en zijn eigen opdrachtgever (inlenersaansprakelijkheid, artikel 7:658 lid 4 BW). Daarnaast werd via artikel 7:954 BW de directe vordering op hun verzekeraars ingesteld.
Oordeel over de pandeigenaar
De eigenaar voerde aan dat de feitelijke veiligheidsregie bij de bouwbegeleider lag en dat de houten constructie deugdelijk was. De kantonrechter oordeelt echter dat een trapgat duidelijk en veilig afgeschermd had moeten zijn en dat de verantwoordelijkheid niet kan worden "weggecontracteerd". Omdat er geen concreet veiligheids- en toezichtplan aanwezig was, wordt de eigenaar mede aansprakelijk gehouden.
Oordeel over de bouwbegeleider
De bouwbegeleider stelde dat de schilder zelf onvoorzichtig handelde en dat de trapgatafdekking volgens normen voldeed. De rechter beoordeelt de situatie volgens de zogenaamde Kelderluik-criteria: een gevaarzetting waarvoor relatief eenvoudige voorzorgsmaatregelen mogelijk waren. De plaat was ondeugdelijk, er was geen markering of afzetting, en het risico op ernstig letsel was hoog. Ook hier geldt aansprakelijkheid, en de verzekeraar van de bouwbegeleider moet meebetalen.
Oordeel over de schilderopdrachtgever
De opdrachtgever betoogde dat het opruimen buiten de schilderopdracht viel. De rechter vindt echter dat de schilder in hoge mate afhankelijk was van de opdrachtgever en dat deze invloed had op de werkomstandigheden. Daarmee geldt artikel 7:658 lid 4 BW en is ook de opdrachtgever mede aansprakelijk, inclusief de verzekeraar.
Proceskosten en vrijwaringsprocedures
Alle gedaagden zijn hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten van de schilder, begroot op € 3.196,97. Diverse onderlinge vrijwaringsprocedures tussen de partijen werden afgewezen of beperkt, waarmee duidelijk is wie uiteindelijk welke kosten moet dragen.
De uitspraak benadrukt dat een trapgat op een bouwplaats altijd duidelijk en veilig moet zijn afgeschermd. Iedereen met feitelijke invloed op een bouwproject – eigenaar, bouwbegeleider of opdrachtgever – kan aansprakelijk worden gehouden als de veiligheidsregie ontbreekt.
Bron: Letselschade.nu