De rechtbank Gelderland (zittingsplaats Arnhem) heeft een verhuurbedrijf aansprakelijk gesteld voor letselschade van een man die in 2019 ernstig beenletsel opliep door een gehuurde tapijtstripper. De vordering tegen de oom van de benadeelde, die het mes van het apparaat monteerde, werd afgewezen. Volgens de rechtbank was er sprake van een ongelukkige samenloop van omstandigheden, niet van onrechtmatig handelen.
© Tanasin Srijaroensirikul | Dreamstime
Het incident vond plaats tijdens het ontruimen van de woning van de grootmoeder van de benadeelde. Bij de montage van de tapijtstripper raakte de kunststof mesbeschermer beschadigd, waardoor het mes bloot kwam te liggen. De benadeelde liep een diepe snijwond op aan de kuit, met doorgesneden spieren, pezen en zenuwen, en moest diezelfde dag geopereerd worden.
De rechtbank oordeelde dat de oom niet aansprakelijk was. De kans op het specifieke ongeval was onvoldoende voorzienbaar, mede doordat het ging om onervaren personen met beperkte instructie. Ook een beroep op zaakwaarneming faalde, omdat het letsel als onredelijk en onverwacht werd beschouwd.
Het verhuurbedrijf kreeg wel een veroordeling. Volgens de rechtbank had de verhuurder een zorgplicht bij de verhuur van een potentieel gevaarlijke machine. De meegeleverde handleiding bevatte geen instructies over veilige montage, en noodzakelijke veiligheidsvoorzieningen, zoals een lederen mesbeschermer, ontbraken. Het ongeval had volgens deskundigen voorkomen kunnen worden met deze voorzieningen.
De rechtbank kende aan de benadeelde een schadevergoeding van € 15.304,95 toe, inclusief € 4.000 smartengeld en € 6.729,81 aan buitengerechtelijke kosten. Allianz, de aansprakelijkheidsverzekeraar van het verhuurbedrijf, is mede-verantwoordelijk voor de betaling. Proceskostenverdeling liep uiteen: de benadeelde betaalt de proceskosten van de oom/Nationale-Nederlanden, terwijl het verhuurbedrijf en Allianz de proceskosten van de benadeelde dragen.
Bron: Letselschade