Thuiswerken blijft een bron van discussie: werkgevers vrezen een daling in productiviteit, terwijl medewerkers de flexibiliteit niet willen missen. Bestuurskundige Samantha Metselaar onderzocht de kwestie uitgebreid en promoveerde vorige maand op het onderwerp.
© Stefan Dahl | Dreamstime
Haar onderzoek, uitgevoerd bij verschillende overheidsorganisaties, laat zien dat de angst van leidinggevenden vaak op onderbuikgevoelens is gebaseerd, niet op feiten. Volgens Samantha presteren medewerkers juist beter wanneer zij zelf kunnen kiezen waar zij werken. "Autonomie verhoogt de productiviteit en draagt bij aan een betere werk-privébalans", stelt zij.
Samantha ontdekte dat de mogelijkheid om thuis te werken vooral bijdraagt aan concentratie en efficiëntie. Het idee dat werknemers thuis veel privézaken afhandelen, speelt een veel kleinere rol dan vaak wordt gedacht. Vooral jongere medewerkers hechten veel waarde aan een goede balans tussen werk en privé.
Volledige vrijheid is volgens Samantha niet nodig of wenselijk: de belangen van het team en de organisatie blijven belangrijk. Het gesprek tussen werkgever en werknemer is cruciaal om een optimale verdeling van kantoor- en thuisdagen te vinden. "Sommige teams functioneren prima met één dag op kantoor per week, andere hebben twee dagen nodig", licht ze toe.
Nederlandse organisaties lopen in internationaal perspectief voorop in thuiswerken, maar sommige Amerikaanse bedrijven streven naar een volledig kantoorbeleid, tot ongenoegen van hun medewerkers. Samantha: "Face-to-face contact is belangrijk, maar dat betekent niet dat vijf dagen op kantoor nodig zijn. Het gaat om balans en overleg."
Bron: FD